Bibliografie > Bibliofiele uitgaven, werk in kleine oplagen


GENIAAL... MAAR MET TE KORTE BEENTJES


Uitgeverij Ten Berg, Aalst, 1967

Gelijmd, [226] p., 19,5 x 25 cm.

 

Flaptekst: Herwig Leus, die goede vriend van Raymond Herreman (hij heeft er reeds een tachtigtal Boekuiltjes aan gewijd en hem dan dikwijls, bij vergissing of door zetfout, Luis genoemd) verzamelt momenteel alle bijdragen die ik aan de bladen-van-vroeger heb geleverd. Ik schreef indertijd nog in de Rode Vaan (Ja, ge kunt u voorstellen hoe lang dat geleden is, want ze schreven het toen nog met twee o's) en ik was die tijd nog zó revolutionnair, dat ik het soms woedend de Roze Vaan noemde.

Ik schreef in het verzetsblad Front en ik liet de ondertussen berucht geworden kroniek ‘geniaal maar met te korte beentjes’ verschijnen.

In alle bladen werden die tijd nog boekbesprekingen gegeven, die er in hoofdzaak uit bestonden elk nieuw boek van Gerard Walschap, Marnix Gijsen, Hubert Lampo, en nog zeven anderen, een ‘meesterwerk’ te noemen.

Mijn kroniek had dan de bedoeling aan te tonen dat het meesterwerken waren, waaraan een en ander ontbrak... Het waren geniale schrijvers maar ze hadden te korte beentjes.

Ik doe dat nu niet meer. Ik heb een lieve vrouw, een mooie tuin, een hondje dat vriendelijk met zijn staartje kwispelt, en op de Vlaamse TV kennen ze me als een grapjas. Waarom zou ik dan nog op de fouten en gebreken in onze Vlaamse literatuur willen wijzen?

Het heeft ten andere geen nut, want die fouten en gebreken zijn er altijd geweest vanaf Hendrik Conscience reeds, en zullen er misschien altijd blijven.

U kunt het niet ál hebben, veel geld verdienen, een schone positie hebben, gedekoreerd worden en dan nóg meesterwerken schrijven.

Maar ondertussen is er dan Herwig Leus, die al deze ouwe koeien uit de gracht heeft gehaald. En wat erger is, ze ook nog in druk wil brengen...

Iedereen was al een beetje vergeten, dat ik indertijd Stijn Streuvels een oude zeur heb genoemd. Ja, en ook over Herman Teirlinck schreef ik een en ander, en Teirlinck las dat en zei toen: ‘Dat is allemaal wel waarheid, maar waarom vangt Boontje niet liever zijn eigen luizen?’

Leus mag me dit laatste niet kwalijk nemen.

Binnen luttele tijd komt nu dit boek van Leus (of liever, van mezelf, doch door Leus uit de vergeethoek gehaald) op de markt, en gaat iedereen zeggen: Wel wel... Is dat óók nog zó ene geweest, in zijn tijd?

Zo, met een beetje een verachtelijk gnuiven.

En anderen zullen integendeel zeggen. ‘Ge ziet dat hij gearriveerd is, want nu zou hij zo iets niet meer durven schrijven.’

Hierdoor ga ik, literair gezien, tussen twee stoelen komen te zitten. Maar om de waarheid te zeggen, zo heel veel kan het me toch niet schelen. Als Leus met zijn verzameling klaar is, schrijf ik er een inleidend woord voor. En voor de rest mag alles, ook de Vlaamse literatuur, blijven wat ze is.

Louis Paul Boon

p. []: Inleiding [door Herwig Leus]

p. [225]: Inhoud

Gevaren der kritiek / Twee vrienden / Stijn Streuvels : Beroering over het dorp / Walschap schrijft over Streuvels / Walschap: Salut en merci / Walschap's sociale inzichten / Drie auteurs... en toch uitersten / Grote mannen en hun dorp / En toch winst? / Vertrouwen in Van Hoogenbemt [gecorrigeerd, niet in tekst boek] / De Amerikaanse roman overtroefd / Roerloos aan zee / Van de “Eendenjacht” naar de “jacht op Bea” / De Isengrimus / Waar is de eerste morgen? / De dichter Ben Cami / De dichter Marcel Wauters / De dichter Albert Bontridder / Over Hugo [sic] Claus / Remy C. Van de Kerckhove / Ook Christine D'Haen? [= D'haen] / Gaston Burssens en zijn “Pegasus van Troja” / Blindheid uit gemakzucht / De achter-nahinkenden / Nogmaals een boek van Bloed en Bodem / Realisme en realisme is twee / Klein pleidooi voor een vrije kunst

p. [226]: KOLOFON

De originele uitgave van geniaal... maar met te korte beentjes verscheen in maart 1967 bij Herwig Leus; Ten Berg, 2, Aalst.

Deze bloemlezing uit het kritisch-polemisch oeuvre van Louis-Paul Boon werd samengesteld door Herwig Leus. De artikelen verschenen oorspronkelijk in het tijdschrift De Vlaamse Gids, het weekblad Front en het dagblad Vooruit.

De oplage bedraagt 24 exemplaren genummerd van A tot X en 50 exemplaren genummerd van 1 tot 50, allen op Papier Alfa Supérieur.

Alle ex. zijn door de auteur [bedoeld wordt: Boon] gesigneerd en bevatten 1 pagina origineel handschrift [van de auteur, losse bijlage]

Dit is nummer 10 [Handtekening Boon]

 

[Het hier beschreven maakt deel uit van de collectie van de Stadsbibliotheek Antwerpen [Catalogusnr C 223850]. Het inliggende handschrift is een ‘Boontje’, getiteld: ‘Reizen’)]

 

1969: 2e druk in: 01.47-GENIAAL... MAAR MET TE KORTE BEENTJES





terug