Bibliografie > Curiosa


[FONDSLIJST PARIS-MANTEAU 1971]


 

‘Toen wij het idee opvatten het verzameld proza van Jan Walravens uit te gaan geven [...]

vroegen wij aan Louis Paul Boon wat hij van het plan acht en of hij eventueel een

inleiding wilde schrijven.

Wat hij ons antwoordde vindt u op de pagina hiernaast in zijn eigen handschrift

afgedrukt. Hij zegde ons ook toe, de inleiding tot dit werk te schrijven.

 

[Tekst brief luidt:]

Ja, het is fijn dat het werk van Jan opnieuw wordt uitgegeven, en nu verzameld. Hij is

iemand van betekenis voor de jongens die na de tweede wereldoorlog bij ons aan bod

kwamen. Zonder hem zouden wij misschien nog steeds voortsukkelen in het literaire

straatje zonder einde.

ijn beide romans, Roerloos aan Zee en Negatief, wil ik nog even herlezen. Maar het gaat

in eerste plaats om zijn kombatieve werk, dat grandioos mag ge-noemd. Moedig als geen

heeft hij nieuwe ideeën verkondigd, daarvoor geleden en gestreden, en ze uiteindelijk - en

gelukkig - ook nog zien doorbreken.

In liefde en bewondering, en ook nog met een beetje vertedering, heb ik hem indertijd

Jan-biorix genoemd, niet zozeer om zijn manhaftige snor, maar wetend welke moed toen

nodig was, zich tegen toen nog steeds gangbare meningen te verzetten, en er zijne - ónze

- meningen tegenover in de plaats te zetten.

In onze naoorlogse literatuur is Jan Walravens niet weg te denken.

L.P.B.





terug